Beleggingshypotheek (verzekering)

Attentie: vanaf 1 januari 2013 bestaat er voor deze hypotheekvorm uitsluitend hypotheekrente-aftrek, wanneer er op 31 december 2012 sprake was van een beleggingshypotheek.

Heeft u een beleggingshypotheek en gaat u verhuizen? Vraagt u ons dan naar de fiscale mogelijkheden deze voort te zetten.

***************************************************************************************************************************

Bij een beleggingshypotheek belegt u maandelijks premie in een beleggingsverzekering met als doel aan het einde van de looptijd (een deel van) uw hypotheek af te lossen. U kunt, binnen het assortiment van de door u gekozen verzekeraar, zelf bepalen in welke fondsen wordt belegd.

Het risico wordt gespreid omdat u in fondsen en niet rechtstreeks in bedrijven (bijvoorbeeld in aandelen) belegt. Beleggen is niet zonder risico´s. Omdat u belegt, hebt u geen zekerheid over de hoogte van het opgebouwde kapitaal aan het einde van de looptijd. Dit kan hoger, maar kan ook lager uitvallen dan verwacht. Hierdoor kan aan het einde van de looptijd een restschuld ontstaan. Hier staat tegenover dat de lasten van een beleggingshypotheek lager zijn dan die van bijvoorbeeld een spaarhypotheek of een (bank)spaarhypotheek. De premie voor deze beleggingsverzekering is lager.

Uw maandlasten bestaan uit de hypotheekrente over het bedrag dat u hebt geleend, plus de (maandelijkse) inleg in de beleggingsverzekering. Deze verzekering keert uit aan het einde van de looptijd, maar het is ook mogelijk dat de verzekering uitkeert bij eerder overlijden van u of uw partner. De hoogte van de premie voor deze overlijdensrisicoverzekering verschilt per aanbieder. Wanneer u of uw partner komt te overlijden, wordt met de uitkering uit de overlijdensrisicoverzekering (een deel van) de hypotheek afgelost.

U lost tijdens de looptijd niet af en hebt daarom (maximaal) 30 jaar fiscale aftrek over de betaalde hypotheekrente. Bij in leven zijn wordt aan het einde van de looptijd de waarde van uw beleggingsverzekering gebruikt om uw hypotheek (deels) af te lossen.

Fiscaal regime

Een beleggingsverzekering, welke gekoppeld is aan de hypotheek, wordt fiscaal in box 1 of in box 3 geplaatst. Tot 1 januari 2013 was het mogelijk een nieuwe spaarverzekering in box 1 af te sluiten. Tot 1 april 2013 had u tevens de mogelijkheid uw lopende spaarverzekering in box 3, van box 3 naar box 1 over te hevelen. Na 1 april 2013 is deze mogelijkheid er niet meer.

Bij plaatsing van de beleggingsverzekering in box 1 wordt uw verzekering een “kapitaalverzekering eigen woning” (KEW). Voor een KEW geldt een vrijstelling. Dit houdt in dat, indien u aaneengesloten 15 tot 20 jaar, of 20 jaar of langer (dit is afhankelijk van de verwachte einduitkering), premie betaalt, u belastingvrij een kapitaal opbouwt die er voor dient om uw hypotheek af te lossen. Hierop gelden overigens een aantal uitzonderingen. Zolang de uitkering lager is dan het bedrag van de vrijstelling, betaalt u over de uitkering geen belasting.  Hierbij is het echter verplicht om met deze uitkering uw hypotheek af te lossen.

Voor 2017 bedragen de vrijstellingen per belastingplichtige respectievelijk € 36.900,– (na 15 tot 20 jaar aaneengesloten premiebetaling) en € 162.500,– (na 20 jaar of langer aaneengesloten premiebetaling). De vrijstellingen zijn eenmalig per verzekerde en gelden ook als er wordt uitgekeerd in geval van overlijden. Bent u gehuwd of woont u samen? Dan geldt een dubbele vrijstelling ad. € 73.800,– (na 15 tot 20 jaar aaneengesloten premiebetaling) en € 325.000,– (na 20 jaar of langer aaneengesloten premiebetaling).

De waarde van de beleggingsverzekering kunt u ook in box 3 plaatsen. Vanaf 1 januari 2017 is de berekeningsmethodiek voor de inkomstenbelasting in box 3, ten opzichte van de jaren daarvoor, drastisch gewijzigd.

Hoe ziet het nieuwe stelsel er uit:

  • Het vrijgestelde vermogen per persoon wordt van € 21.330,– naar € 25.000,– verhoogd;
  • Het door de overheid te bepalen fictieve rendement, wordt periodiek gebaseerd op de gemiddelde spaarrentes van de afgelopen 5 jaar.
  • Het tarief van de vermogensrendementsheffing (30%) wijzigt niet.

De overheid rekende tot 1 januari 2017 met een fictief rendement van 4%. Dit gaat in het nieuwe stelsel veranderen :

  • Vermogens tussen de € 25.000,–  en € 125.000,– hebben een fictief rendement van 2.9%
  • Vermogens tussen € 125.000,– en € 1.025.000,– hebben een fictief rendement van 4.7%
  • Vermogens boven € 1.025.000,– hebben een fictief rendement van 5.5%

Effectief gezien betaalt u aan vermogensrendementsheffing:

  • Vermogen van € 25.000,– tot € 125.000,– = 0.87% (30% van 2.9%)
  • Vermogen van € 125.000,– tot € 1.025.000,– = 1.41% (30% van 4.7%)
  • Vermogen boven € 1.025.000,– = 1.65% (30% van 5.5%)

Op dit moment zal, zeker voor vermogens onder € 1.025.000,–, de te betalen belasting in box 3 lager zijn dan in de regeling tot en met 2016. Echter, er zit een addertje onder het gras: de fictieve rendementspercentages waarmee de overheid rekent, zijn gebaseerd op de gemiddelde rendementen over de afgelopen vijf jaar. De rentes zijn al jaren bijzonder laag. Dat betekent, bij toekomstige rentestijgingen, dat de fictieve rendementen ook zullen stijgen, en hiermee ook de te betalen vermogensrendementsheffing.

Reden om uw beleggingsverzekering in box 3 te plaatsen zou kunnen zijn dat u bij voortijdige beëindiging van de verzekering niet met de fiscus hoeft af te rekenen. Indien u de verzekering in box 1 plaatst, en u de verzekering bijvoorbeeld na 13 jaar zou beëindigen, dan bent u over het genoten rendement inkomstenbelasting verschuldigd.

 

Ontwikkeling maandlast beleggingshypotheek (rekening)

Ontwikkeling maandlast beleggingshypotheek (verzekering)

 

Voordelen van een beleggingshypotheek (verzekering)

  • De maandlasten zijn bij een beleggingshypotheek doorgaans lager dan bij een spaarhypotheek of een bankspaarhypotheek;
  •  Bij een beleggingsverzekering hebt u fiscaal gezien de keuze tussen box 1 en box 3;
  • U hebt 30 jaar lang optimaal fiscaal voordeel. U mag de rente 30 jaar fiscaal in mindering op uw inkomen brengen. Let er hierbij wel op of u in het verleden wellicht al hypotheekrente, voor hypotheken die na 1 januari 2001 liepen en/of zijn afgesloten, fiscaal op uw inkomen in mindering heeft gebracht;
  • U vormt vermogen om te zijner tijd uw hypotheek af te lossen;
  • Indien u aan de voorwaarden voldoet (bij een verzekering in box 1), is de einduitkering onbelast;
  • U kunt de beleggingsverzekering meenemen naar een andere woning wanneer u gaat verhuizen.

Nadelen van een beleggingshypotheek (verzekering)

  • Wanneer u na 31 december 2012 een beleggingshypotheek afsluit, heeft u over dat deel van uw hypotheek geen hypotheekrente-aftrek;
  • Bij een beleggingsverzekering staat niet vooraf vast hoe hoog het bij elkaar te sparen eindbedrag zal zijn;
  • Na 30 jaar is de rente niet meer fiscaal aftrekbaar. Bij een restschuld, omdat het eindkapitaal van de beleggingsverzekering lager is uitgevallen dan verwacht, mag u de rente niet meer fiscaal in mindering op uw inkomen brengen. Uw bruto-maandlasten zijn dan gelijk aan uw netto-maandlasten.